In deze bijdrage vergelijk ik de theorieën van David Rieff met die van Jean Bricmont. Waar de eerste een liberaal imperialisme als enige uitweg ziet, is deze nieuwe vorm van imperialisme voor Bricmont verwerpelijk. Het moet vermeld dat het artikel van Rieff, waarvan ik gebruik maak, dateert van voor 9/11. Deze gebeurtenissen kunnen zijn denken ofwel veranderd hebben, ofwel versterkt.
In zijn artikel ‘A new age of liberal imperialism’ schrijft David Rieff over de toename van militaire interventies ondernomen op grond van mensenrechtenschendingen in zogenaamde ‘failed states’. Hij erkent dat deze interventies problematisch zijn, meer nog, hij stelt dat bijna 100% van de buitenlandse interventies gefaald hebben. De oorzaak daarvan ziet hij in het feit dat de morele ambities groter bleken te zijn dan de politieke, militaire en cognitieve aspecten. En toch vindt hij dat de verdediging van mensenrechten een gerechtvaardigde basis vormt voor interventie. Bij schendingen is het een ‘morele verplichting’ om te interveniëren. Bij de tussenkomst destijds in Kosovo ziet hij dus geen graten in de motivatie van de operatie (‘undertaken more in the name of human rights and moral obligation than out of any traditional conception of national interest’), maar wel in de timing (te laat) en de onbedachtzaamheid waarmee men te werk gegaan is. De operatie was noch goed voorbereid noch duidelijk gedefinieerd.
Een cruciaal verschil met de ideeën van Jean Bricmont is dat Rieff ervan uitgaat dat die morele motivaties überhaupt bestaan. Hij stelt zich hierbij geen of weinig vragen (hij maakt vermelding van ‘extreme cases’ waarbij naast morele belangen ook geopolitieke of economische belangen spelen). De toon van Bricmont is heel wat minder omfloerst. Hij stelt met klem dat de retoriek van de mensenrechten (zoals het ‘bevrijden’ van een volk, het installeren van een democratie) het vehikel is voor de rechtvaardiging van imperialistische bemoeienissen uit het Westen. Deze bemoeinissen zijn allerminst altruïstisch van aard, maar enkel en alleen bedoeld om de eigen machtspositie te bestendigen. Omdat mensenrechten daardoor - in Bricmonts ogen - het paard van Troje zijn geworden, moet volgens hem de internationale wetgeving als basisbeginsel overheersen. Deze wetgeving verbiedt eenzijdige inmenging; het is verboden troepen te sturen naar een land dat daarvoor geen toestemming gaf.
Er zijn tal van elementen om te argumenteren dat het mensenrechtendiscours vals en hypocriet is. Het getuigt onder andere van arrogantie: wie zijn ‘wij’ om de prediker van mensenrechten te zijn? Historisch gezien hebben revoluties, die uiteraard gepaard gaan met gruwelijkheden, ook onze maatschappij vooruit geholpen. Bovendien is het bewezen dat de VS zelf de mensenrechten schendt (uitvoeren van de doodstraf, folteringen, hun basis op Guantanamo) en zelfs mocht dit niet zo zijn, dan doet een militaire interventie dat uit nature. Er wordt evenmin consequent omgesprongen met het hele mensenrechtendiscours, wat duidt op een opportunistisch gebruik. In China zijn er immers ook volop mensenrechtenschendingen aan de gang, maar daar zie ik het Westen niet zo snel een militaire interventie op poten zetten. Zijn mensenrechten überhaupt transponeerbaar? Zoals zo vaak bij binaire opposities zoals ‘wij-zij’, ‘democratisch-niet democratisch’, …wordt er schaamteloos voorbij gegaan aan de realiteit. Als zo vaak worden de specifieke contextfactoren verwaarloosd.
Naast de vraag 'tussenkomen of niet?’, is er de vraag wie of welke instantie zou moeten tussenkomen. Volgens Rieff kan de VN onmogelijk die rol vervullen, aangezien het een dubbele functie heeft, nl. zowel hulp bieden aan mensen in nood, als orde opleggen en instituties (her)opbouwen. Waar de eerste taak gezien wordt als humanitair, wordt de tweede eerder geïnterpreteerd als koloniaal optreden. Aangezien de derde wereldlanden volgens hem noch de middelen, noch de ideologie hebben om tussen te komen, concludeert hij dat enkel het Westen deze taak op zich kan nemen en dat meer bepaald enkel de VS daartoe in staat is. (De capaciteit van de VS valt echter te betwijfelen, zeker wat wederopbouw betreft). Hij erkent dat dit de hegemonie van de VS zal vergroten, maar verdedigt zich door te stellen dat er geen ander alternatief is. Een zwak argument. Kort gezegd zijn er voor Rieff maar twee wegen begaanbaar: ofwel interventies door het Westen, ofwel niets doen en daardoor mensen ter dood veroordelen. Op dit punt gaat hij wel erg kort door de bocht. Zijn artikel is relatief genuanceerd opgebouwd, maar de conclusies die hij uiteindelijk trekt slaan alles. Er is geen middenweg mogelijk, letterlijk zegt hij dat de keuze er een is tussen ofwel imperialisme ofwel barbarisme. Daarbij moeten we aannemen dat liberaal imperialisme de beste weg is.
Zulke uitspraken zijn uiteraard koren op de molen van Bricmont. Ten eerste hekelt Bricmont de retoriek van de schuldgevoelens om de interventie-ideologie te promotoen: het is niet omdat je tegen een interventie gekant bent, dat je mensenrechtenschendingen steunt. Bovendien zijn interventies vaak contraproductief en lokken ze net meer geweld uit. De VS schermt graag met cijfers van dodentallen die vaak niet correct zijn, uiteraard om te bewijzen dat de situatie onder hun interventie verbeterd is.
Ten tweede is het Oriëntalistisch getinte discours ‘ofwel imperialisme ofwel barbarisme’ kortzichtig. Zoals eerder vermeld gaan binaire opposities voorbij aan de grijze zone die de realiteit is.
Ten derde zijn er wel degelijk alternatieven voor een militaire interventie om humanitaire daden te stellen, zoals focus op economische Noord-Zuidrelaties, ontwikkeling, gezondheidszorg. In plaats van inmenging is er de samenwerking. Respect voor de soevereiniteit van staten kan dus perfect samengaan met het verbeteren van mensenrechten.
Ten vierde ziet Bricmont de VS niet als degene die de taak op zich zou moeten nemen. Rieff erkent dat de hegemonie zou versterkt worden, maar dat de wereld er meer mee wint dat mee verliest. Dit is een heel kortzichtige redenering, het is immers al vaak bewezen dat de daden van de VS als een boemerang in hun gezicht terugkomen en dat ze de oorzaak zijn geweest van veel conflicten die wij vandaag kennen.
Tenslotte moet volgens Bricmont een wettige internationale democratie bekomen worden met behulp van de VN, die erop moet toezien dat het internationaal recht gerespecteerd wordt. Hij ziet de terugkeer naar het internationaal recht als enige antwoord op de Amerikaanse wereldheerschappij. Ik twijfel aan het feit of dit de VS zou tegenhouden. Er zijn genoeg voorbeelden waarbij de VS internationale regels aan de laars lapt. Bricmont wil dus terug naar af, naar een tijd waarin men niet sprak over mensenrechten als basis voor interventie. Helaas is de realiteit dat de ontwikkelingen in tegenovergestelde richtingen evolueren. Daarom is het nodig voor Bricmont om zijn mening bij te stellen. Een radicaal, doch begrijpelijk standpunt van non-interventie is niet meer houdbaar. Bovendien is de uitholling van de macht van de VN (zeker tegenover de macht van de VS) een feit en is het utopisch om te denken dat daar snel verandering in zal komen.
_____________________________________________________
bronnen:
- David Rieff, 'A new age of liberal imperialism?', World Policy Journal, summer '99, vol. 16 Issue 2, http://www.worldpolicy.org/journal/articles/rieff2.html (geraadpleegd op 26/12/2008)
- Jean Bricmont, 'Humanitaire interventies, mensenrechten als excuus voor oorlog', EPO Berchem, 2008.