Showing posts with label Tom Haeck. Show all posts
Showing posts with label Tom Haeck. Show all posts

Tuesday, 30 December 2008

Gaza’s on fire… again.

Zoals vermeld in de vorige bijdrage aan deze blog staat de Gazastrook wederom (letterlijk en figuurlijk) in brand.

Het is niet de bedoeling om het Palestijns-Israëlitisch conflict uitgebreid te bespreken, maar in het kader van de algemene discussie is het wel interessant om eens een kijkje te nemen hoe de internationale gemeenschap reageert.

In het artikel ‘Israël stuurt boot met goederen voor Gaza terug” dat verscheen in Dagblad De morgen op 30 december 2008(1), wordt bericht gegeven over het feit dat de Israëlitische marine een schip terug heeft gestuurd dat hulpgoederen wou brengen naar Gaza. Of het schip van de marine het schip met hulpgoederen heeft geramd of niet is onduidelijk, en doet eigenlijk ook niet echt terzake.

Dat de situatie die al jaren in stand gehouden wordt in de Palestijnse gebieden een humanitaire crisis is en een hele hoop mensenrechten schendt, is voor niemand nieuws. De (democratische) verkiezing van Hamas in de Gaza-strook heeft de houding van de Israëlische regering alles behalve gemilderd. Een tijdelijk staakt het vuren werd afgekondigd, maar enkele dagen geleden verbroken door Hamas.

Premier Olmert en zijn kabinet reageerde met luchtbombardementen en vergoelijkte die oorspronkelijk door te stellen dat het ging om het recht op zelfverdediging. Het is opvallend om te zien hoe de Israelitische staat (net zoals enkele andere belangrijke internationale spelers) zich beroepen op het internationale recht als het hen goed uitkomt, maar zich niet houden aan ditzelfde recht, noch aan de billaterale of internationale verdragen waar ze zich voor engageren. Daarenboven stelt het internationale recht op zelfverdediging dat de ‘tegenacties’ proportioneel moeten zijn, wat in casu in vraag gesteld kan worden gezien de meer dan 300 doden in Gaza en het ene dodelijke slachtoffer in Israël.

Enkele dagen later werd de ware bedoeling van de bombardementen duidelijk: de bedoeling is om het Hamas-regime te destabiliseren en uiteindelijk ten val te brengen. We kunnen ons uiteraard de vraag stellen wat er zal gebeuren met de Gazastrook indien het Hamas-regime ten val wordt gebracht. Kiezen de israeli’s ervoor om Abbas terug de scepter in handen te geveb, of gaan ze over tot de herbezetting van een regio die door hen niet anders beschouwd kan worden als een gevaarlijke wespennest? De tanks voor het grondoffensief staan al klaar aan de grens met Gaza…

Ondertussen stromen de reacties van de internationale gemeenschap binnen. De Verenigde Naties en Ban Ki-Moon pleiten voor een stopzetting van de vijandigheden, net zoals de Turkse premier Erdogan, die op een bijenkomst van zijn partij de situatie beschreef als zijnde ‘misdaden tegen de menselijkheid’. De Iranese geestelijke leider Ayatollah Khamenei riep alle gelovigen in de moslimwereld op om de Palestijnen te verdedigen, en Hamas zelf roept op tot een derde Intifada.
De USA schuift op zijn beurt de zwarte piet door naar Hamas, die zogezegd de aanvallen zou uitgelokt hebben. Zeer verassend is dit niet, maar de reactie van PLO leider Abbas, die een gelijkaardige stelling de wereld instuurde is op z’n minste bijzonder te noemen. Uiteraard heeft deze houding te maken met de strijd die momenteel gaande is tussen Hamas en Fatah, maar Abbas maakt zichzelf op deze wijze duidelijk alles behalve populair bij de palestijnen in Gaza.

Het is zeer interessant om de verschillende houdingen ten opzichte van dit conflict te bestuderen en te analyseren, maar dat is eerder materiaal voor een wetenschappelijke studie of een boek en gaat het kader van deze blog te buiten.

Wat wel relevant is voor deze bijdrage is het gebrek van eenduidige reactie van de internationale gemeenschap. Doorheen deze blog is het al duidelijk geworden dat het nooit gemakkelijk is om een bepaalde situatie als een humanitaire ramp (of sterker nog, als ‘misdaden tegen de menselijkheid) te categoriseren. De eventuele interventie (al of niet gerechtvaardigd) die er al dan niet komt is meestal ook onderwerp van een serieus debat en veel gefilibuster en gelobby.

Het versterken van de MONUC troepenmacht in Oost-congo bijvoorbeeld is een goede maatregel te noemen, en los van de échte drijfveren van de ‘humanitaire’ interventies in het algemeen, wordt steevast beroep gedaan op de humanitaire rampen ten velde en de instabiliteit die het conflict in de regio veroorzaakt.

Opvallend in dit hele discours is het uitblijven van een (eenduidig) antwoord op de situatie in Israel en de Palestijnse gebieden. Dit conflict zorgt –zoals geweten- al sinds zijn ontstaan voor tweedracht in het internationale spectrum, maar over de humanitaire rampen die deze situatie al decennia veroorzaakt kan geen onenigheid zijn.

Toch blijft een interventie afwezig, en de vredesonderhandelingen die dan al gevoerd worden houden onvoldoende rekening met de verzuchtingen van de Palestijnen en bevestigen de onevenwichtige machtsverhoudingen die werkelijkheid zijn zowel op het veld als aan de onderhandelingstafel. Ook economische of diplomatieke sancties blijven uit.

Gezien de humanitaire rampen die de situatie al jaren veroorzaakt en de instabiliteit die het veroorzaakt in de regio, zou de oplossing ervan (ook al is er geen eenvoudige oplossing mogelijk) een absolute prioriteit moeten zijn. Jammer genoeg is er te weinig politieke moed en eensgezindheid om de partijen te ‘dwingen’ (zij het economisch of militair) om over te gaan tot serieuze onderhandelingen -iets wat vreemd genoeg voormalig Amerikaans Bush Sr in zekere mate wel gedaan heeft-. Daarenboven zijn er verschillende spelers (en niet in de minste mate Israël) die meer belang hebben bij een handhaving van het status-quo.

Als de internationale gemeenschap echt werk wil maken van een veiligere wereld gebaseerd op bescherming van en respect voor de mensenrechten, is een evenwichtige oplossing voor het Palestijns-Israëlitisch conflict een absolute must.

Referenties:

(1) 'Israel stuurt boot met goederen voor Gaza terug', De morgen, 30/12/2008, zie: http://www.demorgen.be/dm/nl/990/Buitenland/article/detail/580312/2008/12/30/Israel-stuurt-boot-met-goederen-voor-Gaza-terug.dhtml

Monday, 29 December 2008

Economisch Imperialisme?

De eindejaarsperiode zou normaal een periode moeten zijn van vrede, vriendschap, verbroedering en stabiliteit, maar zodra we de televisie aanschakelen of de krant openslaan worden we geconfronteerd met een waaier aan gewapende conflicten en instabiliteit: de gaza-strook staat weer maar eens figuurlijk in brand, de instabiliteit in Congo is verre van opgelost enzovoort.

In de voorgaande artikels bespraken we de theoretische onderbouw en het nut (of het onnut) van humanitaire interventies en de gevaren die hiermee gepaard gaan.
In het kader van het spanningsveld van deze interventies met het concept ‘imperialisme’ is het interessant om ons eens meer concreet op een bepaalde casus toe te spitsen.

Als we de geopolitieke situatie vandaag bekijken valt het niet te ontkennen dat er één staat is die wat interventies betreft op de voorgrond treedt: de Verenigde Staten.
Het regime van president George W. Bush loopt op zijn einde, en hij zal opgevolgd worden door de eerste afro-amerikaanse president van de USA: Barack Obama.

Naar aanleiding van het aflopen van de tweede ambtstermijn zijn er verschillende interviews verschenen met prominente leden van de Bush-administratie.

Op 15 december werd Vice-president Dick Cheney geïnterviewd door de Amerikaanse zender ABC.

De journalist stelde hem de vraag of hij het eens is met Karl Rove die zegt dat indien de informatie (in verband met de massavernietigingswapens) juist was geweest ze Irak niet hadden binnengevallen.
Het antwoord van Cheney hierop was: “I disagree with that. (...) What they found was that Saddam still had the capability to produce WMD’s. (...) They also found that he had every intention of resuming production once the international sanctions were lifted. He had a long reputation and record of having started two wars. Of having brutalized and killed hundreds of thousands of people, some of them with weapons of mass destruction in his own country. He had violated 16 National Security Counsil resolutions. (...) This was a bad actor and the country’s better off, the world’s better off with Saddam gone and I think we made the right decision (...).”

Zoals algemeen geweten besliste de Bush-administratie in 2003 om Irak binnen te vallen. Er was namelijk informatie die het bewijs leverde dat Saddam Hussein beschikte over massavernietigingswapens. De president en zijn entourage besliste dan ook dat een invasie gerechtvaardigd was om deze gevaarlijke tiran onschadelijk te maken en de wereld aldus te behoeden voor gevaar. Dat er geen VN-resolutie was voor een gewapende interventie deed blijkbaar niet ter zake, en de USA trok –samen met een beperkte ‘Coalition of the willing’- Irak binnen. De militaire kant van de zaak was een futuliteit, en in een mum van tijd stortte het hele saddam-kaartenhuisje machteloos in elkaar.

Al vrij snel werd duidelijk dat de massavernietigingswapens helemaal niet aanwezig waren en dat de officiele reden van de invasie dus onbestaande was. De chaos die deze invasie veroorzaakte is alom bekend en niet relevant voor onze discussie rond Humanitaire interventies en Imperialisme.

Met Irak was de USA niet aan zijn proefstuk toe. Door de geschiedenis heen voerde het al verschillende gewapende interventies uit. De concrete aanleiding verschilde vaak, maar meestal werden humanitaire voorwendselen of redenen van internationale ‘veiligheid’ aangehaald. De verwijzing van Cheney naar de shurk Saddam en hoeveel beter de wereld toch af is zonder hem, past in deze humanitaire vergoelijking. Humanitaire interventies kunnen in bepaalde situaties nuttig of zelfs nodig zijn, maar de echte drijfveer van de Verenigde Staten in casu kan zeker in vraag gesteld worden.

Het is opvallend te zien hoe dubbelzijdig de houding van de verenigde staten is in verband met authoritaire regimes die de mensenrechten schenden. Het Saddam-regime moest koste wat kost vallen, maar andere repressieve regimes die ook een loopje nemen met de mensenrechten worden getolereerd of zelfs gesteund door Washington.

Of er nu sprake is van imperialisme, is een andere vraag. Het woord ‘imperialisme’ roept bij de meesten onder ons beelden op van het Romeinse Rijk of Alexander de Grote, die –overtuigd als ze waren dat hun legitimiteit rechtstreeks van God kwam- het nodig vonden om de Pax Romana of een andere vorm van beschaving te gaar opleggen aan de ‘wilden’ en ‘ongeciviliseerden’.

De bijna ex-president George W. past in zekere zin in dit profiel. Hij verwijst steevast naar god in zijn toespraken, nam letterlijk het woord ‘crusade’ in de mond en is ook wel een fan van het verspreiden van de democratie in de ‘onbeschaafde’ landen.

Maar de werkelijkheid gebied ons te zeggen dat de politiek van interventies ook al voor Bush Jr bezig was.

In de Verenigde Staten (net zoals in de meeste republieken) is het quasi onmogelijk om president te worden zonder voldoende belangengroepen achter je te scharen. Een president kan een grote invloed hebben op het beleid, maar moet sowieso rekening houden met zijn achterban.
De USA is een zeer liberale staat, gesteund op de vrije markt en het ongebreideld kapitalisme. Als we de verschillende interventies bekijken, kunnen we merken dat het in vele gevallen gaat om landen die beschikken over een uitgebreide voorraad natuurlijke grondstoffen, en die over het algemeen de vrije markt (deels) aan banden legen door het nationaliseren van grote bedrijven of door de afscherming van de locale markt.
We kunnen merken dat de interventies vaak als gevolg hadden (en hebben) dat een regime wordt geïnstalleerd dat overtuigd is van de vrije markt, en de Amerikaanse multinationals zonder (al te veel) beperkingen toelaat op de markt. (Ook de Koude Oorlog en de strijd tegen het communisme past in deze logica).

De vraag is dus waar de echte drijfveer ligt van deze politiek van gewapende interventies. De Verenigde staten verschuilen zich vaak achter het mensenrechtelijk discours of proberen duidelijk te maken dat ze de wereld toch wederom veiliger gemaakt hebben, maar de economische belangen die er steeds spelen (zowel bij de invasie als tegenwoordig ook bij de reconstructie) kunnen niet ontkend worden.

Men zou dus kunnen stellen dat de een groot deel van de interventies van de Verenigde Staten gecategoriseerd kunnen worden onder de noemer ‘economisch imperialisme’.

De verkiezing van senator Obama tot president van de Verenigde Staten kan op veel vlakken toegejuicht worden, en hij verdient ook een kans om de hoop die velen in hem stellen te bevestigen, maar de vraag is of hij bij machte is om een drastische koerswijziging te verwezenlijken in een staat (en wereld) waar grote economische concerns vaak meer macht en invloed hebben dan staten en internationale organisaties.

Friday, 19 December 2008

Interventies: een politiek-filosofisch kader: Kant en Paine


In het artikel dat Walker (Walker, 2008)1 publiceerde in het tijdschrift ‘International studies quarterly’, wordt een poging gedaan een beeld te schetsen van het verschil tussen het evolutionaire liberalisme van Kant en het revolutionaire liberalisme van Paine en de visie van beiden op gewapende interventies.

Zonder beide visies en theoretische kaders in extenso weer te geven, worden hier de voornaamste steunpunten en gedachtengangen van beide auteurs weergegeven.

Zowel Paine als Kant was er van overtuigd dat een constitutionele republiek, gebaseerd op individuele rechten, verkozen vertegenwoordiging, de ‘Rule of Law’ en scheiding der machten, de ideale staatsvorm was. Een staat als deze wordt tegenwoordig democratie genoemd, maar noch Kant noch Paine gebruikte deze naam om deze staatsvorm te benoemen.
Ze waren er ook van overtuigd dat deze ‘democratieën’2 zouden zorgen voor vrede tussen de staten. Internationale organisaties en internationale handel zouden deze vrede nog verder bewerkstelligen, aldus de auteurs.

De verschillende visie van beide auteurs op het vlak van interventies, zijn onlosmakelijk verbonden met het verschillende mensbeeld van beide auteurs.

In het revolutionaire liberalisme van Paine (Paine, 1791)3, worden mensen beschouwd als zeer morele wezens, gekarakteriseerd door rede en goedheid. Deze rede, moraliteit en goedheid zijn dus de basis van de inherent goede mens, maar vaak worden de mensen gecorrumpeerd en hun goedheid vertroebeld door corrupte vormen van bestuur. Een democratische revolutie zou de mens bevrijden van deze corrumperende regering, en de mens zou terugkeren naar zijn originele, ‘goede’ zelf. Paine was er van overtuigd dat deze overgang van het corrupte regime naar de democratie zeer snel zou gaan, en hij betwijfelde dan ook of de corrupte regimes in Europa nog meer dan een decennium zouden standhouden.
Rekening houdende met het feit dat Paine zijn werk in 1793 publiceerde, kunnen we stellen dat de geschiedenis deze stelling duidelijk heeft ontkracht.

Kant op zijn beurt had een iets voorzichtiger, donkerder beeld van de mens (Kant, 1795)4.
Hij ging zelfs zo ver om op een bepaald moment oorlog te beschouwen als iets inherent menselijks. Hij nuanceerde dit echter door te stellen dat de mens –op basis van de rede- echter in staat was om weg te evolueren van deze oerstaat om uiteindelijk in vrede te leven.
Hét vehikel voor deze evolutie was volgens Kant een goede organisatie van de staat. Die goede organisatie moet ervoor zorgen dat de individuele verlangens van de mensen aan elkaar tegengesteld worden zodat de mens (ook al is hij au fond niet moreel goed) toch aangespoord wordt een goed burger te zijn. Kant was er echter van overtuigd dat deze evolutie (zowel van de staat als van de mens) een traag, gradueel proces is, dat niet zomaar direct verwezenlijkt kan worden.
Deze visie op de mens en de politieke instituties wordt ook gekend onder de noemer ‘evolutionair liberalisme’.

Indien we deze twee verschillende visies goed analyseren, is het verschil in visie in verband met interventies niet zo moeilijk te begrijpen.

Paine, die uitging van de goedheid van de mens, was er ook van overtuigd dat indien de corrumperende regeringen verwijderd werden, de mens zou terugkeren naar zijn goede zelf en de waarde van vrijheid, rechtvaardigheid en democratie zou aanvaarden. Hij zag de wereld als een samenhangend geheel, waar democratieën constant bedreigd worden door niet-democratische staten. De oplossing was dan ook om te zorgen voor democratische regeringen over heel de wereld. Militaire interventies om de corrupte regimes omver te werpen en het volk te bevrijden, zijn dus volgens de logica van Paine geoorloofd.

Kant op zijn beurt had een iets minder positief mensbeeld, maar geloofde ook dat democratieën mensen kunnen aanzetten tot goedheid. Zoals eerder al gesteld was hij er van overtuigd dat dit een traag en gradueel proces is. Het opdringen van een democratische staatsvorm is volgens Kant niet alleen een schending van de soevereiniteit, maar ook vrij nutteloos. Het graduele evolutionaire proces van democratisering zou op deze manier onderbroken worden, en de staat zou vervallen in een complete anarchie. Een militaire interventie om een land te democratiseren is dus volgens de Kantiaanse logica niet alleen een schending van de soevereiniteit, maar ook gewoon gevaarlijk en nutteloos.

Een kleine studie van deze twee zeer invloedrijke filosofen leert ons dat het debat in verband met militaire interventies liberale (en andere denkers) al lang bezighoudt.
Beide filosofen schreven hun werk in de periode rond de Franse en Amerikaanse revolutie, waardoor ze overtuigd waren van de doeltreffendheid en noodzakelijkheid van een democratie. Paine’s beeld van de mens als een inherent ‘goed’ iemand is misschien iets optimistischer, maar los van dit (al dan niet correcte) beeld is het duidelijk dat hij de politiek-institutionele realiteit uit het oog verliest.

Als we deze beide visies nu vergelijken met de visie van Bricmont (Bricmont, 2008)5 in verband met humanitaire interventies, kunnen we stellen dat hij het dichtste aansluit bij Kant. Hij pleit ook tegen interventies en wijst (net als kant) op het belang van samenwerking en het respect voor de nationale soevereiniteit. De roots van Bricmont liggen dus waarschijnlijk eerder in de evolutionair-liberale stroming van oa Kant dan in de revolutionair-liberale stroming van oa Paine.

De vestiging van politieke democratieën in het Westen is een proces dat eeuwen geduurd heeft. Verwachten dat een politiek systeem met een cultureel andere achtergrond en geen echte traditie van inspraak van het volk, op een snel tempo kan veranderen en zo maar de westerse waarden opeens kan overnemen, is volgens mij dan ook een utopie.
Politieke instituties zijn meestal systemen die gesteund worden door (een groot deel van) de maatschappij en er stevig in verankerd zitten. Politiek-intitutionele veranderingen zijn mogelijk, maar moeten van onderuit beginnen. Staatsstructuren die van bovenaf opgelegd worden missen meestal legitimiteit bij het volk, en leiden dan op hun beurt tot een burgeroorlog, volksopstand, een nieuwe (intern gesteunde) revolutie of zorgen ervoor dat een autoritair of radicaal regime op ‘democratische’ wijze aan de macht komt.

Democratie wordt door het grootste deel van de (westerse) wereld beschouwd als dé staatsvorm bij uitstek. Indien we onze democratische waarden willen verspreiden over de wereld, is een aanpak van sensibilisering en diplomatie veel waardevoller dan een aanpak van (blinde) militaire interventies. Deze interventies worden namelijk vaak door de plaatselijke bevolking gezien als een bezetting of een vorm van post-colonialisme, waardoor de democratische boodschap toch in dovemansoren valt, en de plaatselijke maatschappij vaak in een chaos vervalt. Deze chaos voedt op zijn beurt anti-democratische en radicale stromingen waardoor de interventie als puntje bij paaltje komt vaak een contra-productief effect heeft.

Ik moet me dus aansluiten bij Kant (en bricmont), die niet gelooft dat een politieke democratie zo maar op een twee drie kan opgelegd worden. Een kijk op onze eigen westerse geschiedenis en de trage evolutie op mensenrechtelijk en democratisch vlak, moet ons doen beseffen dat ook in andere delen van de wereld nog meer tijd nodig is.


-------------------------------------------------------------------------------------
1.WALKER, C., ‘Two faces of liberalism: Kant, Paine and the question of Intervention”, International studies Quarterly, 2008, 52, p. 449-468
2.Niettegenstaande het feit dat geen van beide auteurs de naam Democratie gebruikte om deze staatsvorm te beschrijven, wordt in de loop van dit stuk toch beroep gedaan op deze term om bovengenoemde staatsvorm te beschrijven.
3.PAINE, T., 1791, Rights of Man, Baltimore, 1969, Pengiun books.
4.KANT, I., 1795, Perpetual peace, in ‘Kant’s Political writings’, Cambridge University press.
5.BRICMONT, J, 2008, “the violent folly of Humanitarian inerventionism”, Counterpunch, 27 maart 2008.